Wereldreligies: Boeddhisme

 
 
 Wat is boeddhisme?
 
 
Het boeddhisme is ontstaan vanuit het Hindoeïsme. Het complexe godensysteem, de heilige boeken en het kastensysteem zijn in het boeddhisme niet aanwezig. Om het nirwana of de eindbestemming te bereiken kan de kringloop der wedergeboorten op eigen krachten doorbroken worden zonder genade van een God of Goden. Hierdoor wordt het boeddhisme vaak niet beschouwd als een godsdienst, maar als een religie.
In tegenstelling tot het Hindoeïsme, ligt er aan de basis van het boeddhisme een stichter: Siddharta Gautama (563-483 voor Christus). Hij groeide op in een paleis in grote rijkdom en afgezonderd van de wereld. Van problemen als ouderdom, ziektes, lijden, sterven etc. werd hij afgeschermd. De overlevering vermeldt dat Gautama op enkele uitstappen achtereenvolgens een oude man, een zieke, een dode en een asceet tegenkwam. Deze ervaringen deden hem nadenken over de aard van het leven. Op zijn 29ste besloot Gautama zich terug te trekken en zijn lichaam te onderwerpen aan zware beproevingen. Na zes jaar strenge ascese was zijn lichaam totaal uitgeput. Hij begon te mediteren en bereikte na een periode van 49 dagen eenzame meditatie de verlichting: Zo werd hij de Boeddha, wat 'de ontwaakte' of 'de verlichte' betekent. Boeddha ontdekte drie kenmerken van het bestaan: het leven is vergankelijk, treurig en zielloos. Hij omringde zich met vele discipelen die zijn meditatieve discipline volgden en hij vormde een monniken- en leken gemeenschap. Deze mensen volgden zijn leer en pasten zich aan de morele regels en het ethische gedrag aan. Nirvana, het doel voor boeddhisten, is een zelf loslaten (bevrijding) van het Karma (het levenswiel, lijden, dood en wedergeboorte). Dit dient volbracht te worden door gedisciplineerde technieken van passieloze onthechting

 

Leer

Boeddha ontdekte dat er vier dingen in het leven als een paal boven water staan. Deze vier elementen worden de vier edele waarheden genoemd.

- Het leven is een lijdensweg: "Alles is lijden". Dit impliceert dat lijden verder reikt dan wat wij als lijden aanduiden zoals dood, ouderdom, ziekte, aftakeling et cetera. De uitspraak "alles is lijden" wijst op het inzicht dat alles vergankelijk, tijdelijk is.
 
- De oorzaak van ons lijden is de begeerte waaraan we moeilijk kunnen verzaken en waardoor de mens aan de vergankelijke wereld gehecht is. Door middel van de vijf zintuigen kleeft de mens aan de vergankelijke werkelijkheden. Dit is de oorzaak van alle lijden.

- Iedereen kan en moet dit verlangen overwinnen. Hiervoor moet de begeerte naar het aankleven van de wereldse dingen overwonnen worden, maar vooral de ik-waan dient uitgeroeid te worden. De belangrijkste lijdensoorzaak is het illusoire ik-bewustzijn. De uitschakeling van dit illusoire ik-bewustzijn is de voorwaarde tot het hoogste geluk.
 
- Het middel daartoe is het achtvoudige pad waarop Boeddha wees.
Het achtvoudige pad geeft een richtlijn voor het leven:

(1) Juist zien
(2) Juist denken
(3) Juist spreken (niet liegen)
(4) Juist handelen (niet stelen, niet doden)
(5) Juiste levensonderhoud
(6) Juiste inspanning (wilskracht, inspanning)
(7) Juiste bewustzijn (kennen van drijfveren)
(8) Juiste concentratie/meditatie.
 
Centraal staat de filosofie dat het bestaan vergankelijk en illusoir is. Hierdoor moeten mensen loskomen van de materiële wereld en geestelijk het nirwana proberen te bereiken. Wie het nirwana bereikt, beleeft enerzijds een toestand van volheid en anderzijds ook van volledige leegte.

 
Geschriften.

Het boeddhisme is een 'godsdienst' zonder geopenbaarde boeken. Boeddha verkondigde zijn leer mondeling aan monniken. In een latere tijd werden zijn inzichten neergeschreven en in kloosters bewaard. Vele van de teksten zijn echter verloren gegaan, waardoor een studie naar de oorspronkelijke leer erg moeilijk is.

Er zijn wel uitspraken bewaard uit toespraken van Boeddha.
 
'Alles berust op de geest, wordt geleid door de geest, wordt gevormd door de geest.
Als je spreekt en handelt met een verontreinigde geest, dan zal lijden je volgen, zoals de wielen van een ossenwagen de stappen van de os volgen.
Alles berust op de geest, wordt geleid door de geest.
Als je met een zuivere geest spreekt en handelt, dan zal geluk je volgen, zoals een schaduw zich aan een vorm hecht.'


"En dit is de edele waarheid van het opheffen van het leed:
het is het opheffen van de begeerte, zodat er geen hartstocht meer is.
En dit is de edele waarheid van de weg die leidt naar het opheffen van het leed.
Het is het edele achtvoudige pad"

(uit de Theravada, Boeddha's preek te Benares).
 
 
 

 

Tibetaans boeddhisme.

 

Onderstaande las ik in: Inzicht in het Tibetaans boeddhisme. Ik kwam hierbij tot de vaststelling dat deze leer heel wat richtlijnen biedt die echt toe te passen zijn in de praktijk en zeer zeker de levenskwaliteit van een mens in hoge mate kunnen verbeteren. (Ik zie veel overeenkomsten met de christelijke 10 geboden). Daarom volgend uittreksel:

 
De tien schadelijke activiteiten
 

Een gezonde ethische basis voor spirituele beoefening kan in de praktijk gebracht worden door het vermijden van, wat de boeddhisten noemen: De tien schadelijke activiteiten.

De eerste drie daden zijn lichamelijke acties, de volgende vier verbale en de laatste drie zijn van mentale aard.

1.     De eerste van de tien schadelijke activiteiten is een voelend wezen het leven ontnemen. Planten vallen hier niet onder.

Om het karma van het doden te verzamelen, zodat de indrukken worden geplaatst in iemands bewustzijnsstroom moeten tijdens de daad vier factoren aanwezig zijn:

-         het object; hier dus het te doden andere wezen.
-        de intentie, met daarin begrepen het besef van de dader dat het object een voelend wezen is; de intentie moet ook worden overheerst door verstorende emoties zoals onwetendheid, gehechtheid, boosheid
-         de handeling: een directe daad, door die zelf uit te voeren, of een indirecte daad door het geven van opdracht tot doden.
-         de voleinding van de daad: het slachtoffer sterft.


2.     De tweede van de schadelijke activiteiten is stelen, of meer letterlijk: nemen wat niet gegeven is. De voorwaarde is hier dat het gaat om iets dat aan een ander toebehoort. Dezelfde vier factoren als bij het doden moeten hierbij aanwezig zijn om karmische indrukken na te laten op de bewustzijnsstroom. Stelen kan men zien als het brutaalweg wegnemen van eigendommen van anderen, maar kan ook bestaan uit bedrog en vals spelen. Het werkelijk uitvoeren van de daad geschiedt op het moment dat men denkt:’Nu is het van mij.’

3.     De derde activiteit is seksueel wangedrag. Dit behelst een verscheidenheid aan gedragingen zoals het aangaan van een relatie met andermans partner, het hebben van seksueel verkeer met een kind of een jeugdige etc. Ook hier moeten weer de vier factoren, object, intentie, handeling en voleinding aanwezig zijn.

4.     Van de vier verbale schadelijke activiteiten is de eerste liegen. Dit kan via de spraak, maar houdt ook in, iemand opzettelijk misleiden met knik of gebaar. Men kan zelfs liegen door te zwijgen.

5.     Tweedracht zaaien, de tweede van de verbale schadelijke activiteiten, is afhankelijk van de motivatie. Stel dat twee individuen of groepen een harmonieuze relatie hebben met elkaar. Als iemand dan spreekt met de intentie disharmonie of tweespalt teweeg te brengen tussen hen, dan is dat tweedracht zaaien. Hetzelfde geldt wanneer men opzettelijk verhindert dat twee partijen zich met elkaar zouden verzoenen.

6.     De derde is verkeerd taalgebruik. Schadelijkheid van schelden of grof taalgebruik is weer afhankelijk van de motivatie. Dit kan, zoals we weten, wel eens grotere schade toebrengen dan lichamelijke verwondingen. Zodra men woorden uitspreekt die iemand opzettelijk schade toebrengen, veroorzaakt dit karma. Kunnen we iemand dan aanspreken over zijn tekortkomingen of fouten? Het antwoord is: ‘Bijna nooit’. Enkel wanneer we dit doen zonder enige verstorende emotie en met een positieve motivatie om de ander goed te doen, daarbij gebruikmakend van ons hele vermogen aan wijsheid en vriendelijkheid, kunnen we hiermee doorgaan.

7.     Zinloos geklets is de vierde van de verbale schadelijke activiteiten. Dit gaat niet om het voeren van een vriendelijk en ongedwongen gesprek over alledaagse dingen, maar enkel wanneer het ontstaat uit een verstorende emotie, zoals gehechtheid. Dan is het zinloos geklets en een gemakkelijke manier om je leven te verspillen.

8.     De eerste van de drie mentale schadelijke activiteiten is hebzucht. Dit houdt een gerichtheid in op andermans bezittingen, met de wens deze tot jouw eigendom te maken. Deze activiteit wordt uitgevoerd op het moment dat we denken: ‘Ik wou dat het van mij was.’

9.     Kwade wil is de tweede in dit rijtje en men laat zich hiermee in op het moment dat men een ander levend wezen ziekte of ander onheil toewenst. Boosaardigheid kan toegespitst zijn op de intentie iemand tegenspoed te bezorgen, of zelfs door te hopen dat het iemand slecht zal vergaan. Soms ontstaan dergelijke gedachten buiten onze wil om, maar wij kunnen, door oefening, opkomende negatieve gedachten observeren en weigeren erin mee te gaan.


Een Indiase wijze schreef hierover:

 
                                                             Wanneer ik in actie wil komen
                                                              Of wil spreken
                                                              Zal ik eerst mijn geest onderzoeken
                                                              En vastberaden handelen op gepaste manier.

                                                              Telkens als mijn geest gehecht raakt
                                                              Of tot boosheid vervalt
                                                              Zal ik handelen noch spreken
                                                              Zal ik zijn als van hout.

 

10. De laatste van de tien schadelijke activiteiten wordt foutieve zienswijze genoemd. Vasthouden aan foutieve zienswijzen betekent ontkenning van iets dat bestaat. Bijvoorbeeld het ontkennen van een voortbestaan van bewustzijn na de dood, het ontkennen dat de gevolgen van activiteiten niet alleen voor dit leven gelden en het ontkennen van de mogelijkheid tot bevrijding van verstorende emoties en de gevolgen daarvan.

Als we voor ons spiritueel leven een ethische basis willen leggen, is het essentieel deze tien schadelijke activiteiten te vermijden. We kunnen ze bestuderen en van buiten leren, maar de echte uitdaging is om het begrip ervan aan het dagelijkse leven te toetsen.

 


Bron: Inzicht in het Tibetaans Boeddhisme – Alan Wallace – ISBN 90-71886-14-X